Als we het vakgebied niet opnieuw uitvinden, zijn we straks overbodig
Misschien is dat wel de echte meerwaarde van AI voor de journalistiek: dat het ons kan helpen beslissen welke verhalen we niet meer hoeven te maken.
Fabienne Meijer vervangt Nele Goutier in deze nieuwsbrief eenmalig.
Information used to be expensive to distribute—then came the Web. Information used to be expensive to access—then came mobile. Information used to be expensive to produce—then came AI. (Damon Kiesow)
Waar journalisten ooit de gatekeepers van informatie waren, met een eenvoudig verdienmodel dat gegarandeerde winst opleverde, moeten we nu concurreren in een digitale 24 uurs informatie-economie. Het verdienmodel is ingestort: nog nooit is het zó goedkoop geweest om informatie te verspreiden, ontvangen en sinds kort, dankzij generatieve AI, produceren.
Geen wonder dat redacties nerveus zijn. We hebben de digitale transitie nog niet eens voltooid en nu komt de volgende klap in het gezicht al. Als we het vakgebied niet opnieuw uitvinden, zijn we straks overbodig.
Ik vraag me alleen af of we onszelf wel de juiste vragen stellen terwijl we daarmee bezig zijn.
Voor de zomer schreef Laurens Vreekamp in zijn rubriek over de technologie-centrische blik die Silicon Valley ons aanpraat. “Met angstretoriek over treinen die al rijden, boten die zijn gemist en vermeend succes bij andere organisaties, dwingt Silicon Valley ons slim in een eenzijdig, dominant perspectief om onze huidige tijd te bezien”.
We steken elkaar allemaal aan op journalistieke conferenties waar de één na de ander over elkaar buitelt om de nieuwste AI-toepassing in hun producten te laten zien. Deze hijgerige mentaliteit is zo dwingend, dat we geen moment zijn gestopt om te vragen waarom we precies (generatieve) AI in onze journalistieke producten moeten stoppen.
Redacties kijken alleen naar elkaar, dat is van alle tijden. We mogen niet voor elkaar onderdoen. Dat geldt op inhoud (heeft medium A het nieuwtje, dan kan medium B niet achterblijven), maar ook op innovaties (videoredacties, podcasts, etc). Ondertussen heeft niemand aan z’n publiek gevraagd waar zij eigenlijk op zitten te wachten. Terwijl we heel goed weten dat zij niet om méér journalistiek verlegen zitten, eerder minder.
Met generatieve AI gaat dat niet anders. Redacties proberen het in te zetten om productiever te zijn en meer te kunnen produceren. Daarmee lossen ze een niet-bestaand probleem op: er is namelijk geen tekort aan content. Sterker nog, dankzij generatieve AI is het produceren van content zó goedkoop geworden, dat we dagelijks hele massa’s SEO-geoptimaliseerde AI-rommel over ons uitgestort krijgen.
Soms gaan redacties daardoor pijnlijk de mist in. Bijvoorbeeld de 403 artikelen die een niet-bestaande auteur schreef voor de Vlaamse Elle, of de AI-tool van de L.A. Times die een pro-KKK standpunt onder een artikel zette.
Dat wil niet zeggen dat er geen goede, nuttige dingen met AI gedaan kunnen worden in een journalistieke context. Ik heb ooit zelf een taalmodel gemaakt voor VRT Nieuws dat kon helpen met het factchecken van tweets van Vlaamse politici. Dagelijks gebruiken journalisten AI-software die helpt met het transcriberen van interviews. En ook in allerlei andere tools die je dagelijks gebruikt zitten inmiddels AI-functionaliteiten die het werk makkelijker maken.
Datajournalisten zijn ook al langer bezig AI te gebruiken om op grotere schaal verhalen te produceren. Dit zijn meestal gelokaliseerde verhalen over bijvoorbeeld de huizenprijzen, populatiegegevens, weersvoorspellingen, inkomens en dergelijke. Maar dit is veelal klassieke machine learning. It automates the boring stuff, het eentonige handwerk, zodat de journalist meer tijd overhoudt om te analyseren en na te denken over wat het verhaal precies is.
Wat we nu associëren met AI, de chatbot-interface waar je met een paar goede (of slechte) prompts een hele applicatie bij elkaar kunt vibe coden, doet veel meer dan dat. Het haalt ook de broodnodige frictie uit het werk.
Sommige frictie is wenselijk. Het helpt ons om beter na te denken en tot nieuwe ideeën te komen. Diezelfde frictie is wat ambachtelijk brood bakken aantrekkelijk maakt, of zelf bier brouwen. Om die reden gebruik ik mijn chatbot of choice (Claude) niet om dingen te automatiseren, maar als kritische gesprekspartner die mijn ideeën aanscherpt. Het laat me niet sneller produceren, maar het helpt me wel om mijn werk beter te doen.
Journalistiek staat in dienst van de gemeenschap. We zijn er om gesprekken op gang te brengen, mensen iets nieuws te leren over de samenleving, betrokken burgers te creëren. Jason Koebler van 404media zei het zo: “The only journalism business strategy that works, and that will ever work in a sustainable way, is if you create something of value that people (human beings, not bots) want to read or watch or listen to, and that they cannot find anywhere else.”
In plaats van generatieve AI te gebruiken om meer van hetzelfde te maken waar toch niemand op zit te wachten, zouden we onszelf dus een aantal product thinking vragen moeten stellen. Voor wie doen we ons werk? Wat hebben zij nodig? Welke van hun uitdagingen en problemen kunnen juist wij als nieuwsorganisaties goed oplossen? En op welke manier kan AI daar eventueel een rol in spelen?
Het opnieuw uitvinden van ons vakgebied gaat over het herpositioneren van de unieke toegevoegde waarde van journalistiek voor de samenleving. Dat kan betekenen dat we voortaan het ‘goedkoop te maken’ nieuws overlaten aan de bots. Is dat een verlies? Niet per se. Misschien is dat wel de echte meerwaarde van AI voor de journalistiek: dat het ons kan helpen beslissen welke verhalen we niet meer hoeven te maken.
Lezen, luisteren, kijken…
… Als je tien minuten hebt
Rest of World schreef een interessant artikel over hoe ook mensen in China steeds meer vertrouwen op chatbots. De meest memorabele quote uit het stuk: “Even though it can’t give me a fully comprehensive or scientific answer, at least it gives me an answer.”
“In the Future All Food Will Be Cooked in a Microwave, and if You Can’t Deal With That Then You Need to Get Out of the Kitchen” is een geweldig satirisch stuk dat het punt dat ik hierboven probeerde te maken, nog eens dunnetjes overdoet.
Meer griezelige verhalen over AI-producten. Dit keer een AI-knuffel voor kinderen. “Oh no,” it says. “That sounds dark and lonely. But I’ll be here when you open it, ready for snuggles and hugs.”
Hopelijk weet een WOO-expert hier raad mee voor Nederland: dit artikel van Poynter doet uit de doeken hoe je FOIA-requests kunt gebruiken om de chatbot-geschiedenis van politici op te vragen.
… Als je wat langer hebt
Als je nog niet geabonneerd bent op de nieuwsbrief Garbage Day, doe dat dan onmiddellijk. Ryan Broderick schrijft het meest geïnformeerd over internetcultuur en de impact daarvan op de ‘echte’ wereld. Met regelmatige bijrollen voor de journalistiek en onze AI overlords.
Op 6 oktober presenteert journalistencollectief Hacks/Hackers een praatje met de VP of Product van Cloudflare. Het onderwerp: How publishers can survive the AI age.
Tooltips tot slot
Perplexity geeft een jaar lang gratis toegang tot z’n Pro-versie als je je aanmeldt met je Paypal account.
Als je net als ik wanhopig probeert om al je verzamelde artikelen, boeken en video’s op een overzichtelijke manier bij elkaar te houden zonder te vergeten wat er ook alweer in je archief zat, dan is Recall.ai misschien een interessante optie.
Deze tool is technisch nog in ruwe alpha modus en de maker garandeert ‘absoluut niet dat ‘ie werkt’. Maar het idee is tof: semantisch kunnen zoeken in datasets. Waarschuwing: dit is een github repo, dus enige developmentkennis is wel vereist.

